Burkina Faso weblog Ivan Mettrop

Home

Overzicht alle berichten

January 2008
SMTWTFS
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    

Greenhost webhosting

Valid XHTML 1.0!

Powered By Greymatter

Home » Archives » January 2008 » 11. Entre les nomades

[Previous entry: "10. Mopti & Tombouctou"] [Next entry: "12. Festival Au Désert"]

01/17/2008: "11. Entre les nomades"


Over zand in de bilnaad en eindeloze kopjes thee. Klik op ‘link’ om de hele tekst te lezen.

Zeven januari 2008. Het is acht uur ‘s ochtends en ik heb honger. Na een ware speurtocht aan de hand van pijlen en bordjes ‘restaurant’ door de steegjes en trappetjes tussen de lemen huisjes van het doolhof genaamd Timboektoe open ik de gordijnen van een obscuur barretje. Bedwelmd door een uiterst penetrante vleeslucht zetel ik mijzelf in een hoek, wachtend op bediening. Het is donker en vooralsnog is er niemand te bekennen. Ik pak een krantje en al snel doet de Malinese voetbalbijlage mij de rest van de wereld voor een paar minuten vergeten.
‘Bonjour. Ça va?’ Ik schrik op. Tegenover mij zit een Toeareg gesluierd in witte tiriban. Het is te donker om zijn gezicht goed te zien, maar de ogen staan op vrolijk. ‘Tu veux visiter le Festival au Désert à Essakane?’
Het Festival Au Désert, daar heb ik veel over gehoord. Sinds de eerste editie in 2001 staat het festival bekend om haar internationale karakter. Niet alleen Afrikaanse muziek wordt ten gehore gebracht, maar werkelijk alle culturen van de wereld worden voor drie dagen verenigd in de woestijn. Dat moet spektakel opleveren, dat kan niet anders. De line-up is mij echter voor het grootste gedeelte onbekend. Alleen ‘Vieux Farka Touré et les amis d’Ali’ (de zoon van) en de in West-Afrika immens populaire Tiken Jah Fakoly uit Ivoorkust doen bij mij een belletje rinkelen. Vooral Tiken Jah zou ik graag willen zien optreden. Deze Rastafari wordt ook wel gezien als de nieuwe Alpha Blondie. Zijn politiek geëngageerde songteksten, ondersteund door een geweldige reggaeband zijn West-Afrika’s nieuwe hoop. Het is dan ook niet helemaal toevallig dat ik mij juist nu in Timboektoe bevind. Hoewel de interesse voor dit driedaagse festival door wereldmuziek liefhebbers over de hele wereld erg groot is, koester ik de hoop alsnog een kaartje te bemachtigen. De prijzen voor het totale arrangement zijn echter te gek voor woorden. Ik hoop op een mogelijkheid alleen de entreeprijs te betalen en vervolgens voedsel, water en een slaapplek te regelen op eigen gelegenheid. Misschien dat deze Touareg mij kan helpen.
Na een aardig ontbijt en bijzonder aardig gesprek kom ik tot de conclusie dat de twintigjarige Toeareg Addou Mohamed, in tegenstelling tot de vele lokalen die mij in Timboektoe aanspreken, slechts om een vriend in de grote stad verlegen zit. Een aanbod om mij door de stad rond te leiden sla ik dan ook niet af en dit blijkt een goede zet. Addou laat mij met plezier alle plekjes in Timboektoe zien. Zonder gids is het zowat onmogelijk om de weg te vinden, vandaar dat veel lokale jongeren iedere toerist lastig vallen en hun diensten als gids aanbieden tegen hoge prijzen. Een gratis rondleiding komt mij aldus als zeer aantrekkelijk voor, maar daarnaast is het in gezelschap van Addou erg aangenaam en na een middag rondslenteren voelt het alsof we elkaar al jaren kennen.
Aan het einde van de middag is heel de stad door Addou wel zo ongeveer onder handen genomen en rusten we wat uit op het veld van het voetbalstadion van Tombouctou footballclub Al Farouq. Ofschoon deze club op het op een na hoogste niveau van de Malinese voetbalcompetitie opereert is het veld werkelijk dramatisch te noemen. Welgeteld zijn er nul grassprietjes te bekennen en rond de virtuele middenstip vormen zich zandduinen van zodanige omvang dat de overkant van het veld niet eens meer goed te zien is. ‘Balletje over de hele’ uit den boze dus.
Liggend in het zand vertelt Addou mij in opmerkelijk goed Frans alles over zijn nomadenbestaan. Met zijn familie leidt hij een leven dat voor mij onmogelijk voor te stellen is. Met als thuisbasis een dorp genaamd Arawan, gelegen zo’n tweehonderd kilometer vanaf Timboektoe middenin de Sahara-woestijn, brengt hij de ijskoude nachten door rondtrekkend op zijn kameel met als bagage niets anders dan een beetje water, een gewaad, een tiriban, een tent en de sterren als navigatie. Overdag is het te heet voor de kamelen om te reizen en wordt er geslapen in de bloedhitte. En zo gaat dat dag in, dag uit, het hele jaar door. Behalve begin januari, dan komen alle Toearegs naar het Festival au Désert in Essakane. Deels vanwege de muziek, maar voornamelijk om dolken, gewaden en sieraden te verkopen. Zo ook Addou.
De rest van de middag wordt ingevuld met een werkelijk slopend partijtje voetbal op een zandvlakte buiten de stad. De kokende hitte, het mulle zand en de totale afwezigheid van drinkwater doen mij snakken naar adem. Geef mij maar de Watergraafsmeer.
Vanwege de vele toeristen die op het festival afkomen is het moeilijk om in de avond een goedkope slaapplek te vinden. Dus biedt Addou mij aan om de nacht bij zijn familie buiten de stad door te brengen en voor ik er erg in heb zit ik met de hele Toeareg-familie rond een pan rijst. Iedereen is vreselijk aardig voor mij en overduidelijk zonder enige bijbedoelingen. Ik voel me zowaar thuis in het nomadenkampement, riekend naar kamelenhuid.
Na de sobere maaltijd is het tijd voor thee. Toeareg-thee wel te verstaan, met alle rituelen en gewoonten die daar bijhoren. Zo begint men met een uitermate sterk kopje ‘thé de la mort’, vervolgt men met een reeds beter (meer suiker) te drinken kopje ‘thé de la vie’ en eindigt men met een superzoet kopje ‘thé de l’amour’. Dit alles na eindeloos overschenken tussendoor.
Het doen en laten van de Toearegs bevalt mij bijzonder goed. Hoewel het nomadenbestaan zich slechts beperkt tot dagenlang op een kameel zitten, rijst eten, water drinken en in de avond muziek maken rond een kampvuur, voel ik mij enorm voldaan.
De middelen zijn dan wel zeer beperkt, desalniettemin staat er een live Premier League voetbalwedstrijd op het avondprogramma bij de buren. Tijdens Chelsea-Everton blijkt zelfs Addou, de primitieve Toeareg afkomstig uit de duistere zandstormen van de Sahara-woestijn, meer spelers van Chelsea te kennen dan ik. Die Afrikaanse voetbalgekte, daar kan ik nog steeds met mijn pet niet bij.
Na een vreselijk koud nachtje in de nomadentent en een zowaar nog koudere douche, die mij de mogelijkheid biedt om weer eens al mijn lichaamsholtes van een hardnekkige korst van Sahara-stof te ontdoen, is het tijd voor voorbereiding voor het Festival Au Désert. Geholpen door Addou weet ik de organisator van het festival onder vier ogen te spreken en wordt mij verzekerd dat de toegangsarmband ook bij de poorten van het festivalterrein in Essakane (zo’n zeventig kilometer ten noorden van Timboektoe in de woestijn) nog verkrijgbaar zijn. Aldus springen we, na aanschaf van een onmisbare tiriban voor mij, voor een vriendenprijsje achterop een jeep van een kennis van de vader van Addou. De eindeloze zandvlaktes van de Sahara in, richting Essakane.

plaatje25 (18k image)
Addou.

plaatje26 (26k image)
Straatvoetbal in Timboektoe.

plaatje27 (26k image)
Rond het kampvuur.

plaatje28 (34k image)
Toearegs (tweede van rechts is de vader van Addou).

Laat ook een berichtje achter! Maar gebruik geen enters.

Replies: 2 Comments

on Thursday, January 17th, ivan said

Sufferdje had het (weer eens) mis hoor. Toearegs zijn helemaal niet gevaarlijk. Juist heel lief!

on Thursday, January 17th, Joost said

:P

New Comment
Name:
E-Mail:
Homepage:
Smilies:
smile shocked sad
big grin razz *wink wink* hey baby
angry, grr blush confused
cool crazy cry
sleepy hehe LOL
plain jane rolls eyes satisfied